Truth is out there…somewhere
Door Mathias
Friedrich Nietzsche: “Er is geen waarheid, er zijn alleen maar interpretaties”

Een interessante filosofische gedachte, maar wat heb ik er als journalist aan? En waarom zou ik u opschepen met de luchtfietserij van een filosoof uit de 19e eeuw?
Omdat het invloed heeft op ons werk.
Hoe vaak gebeurt het niet dat journalisten op zoek zijn naar ‘dé waarheid’? Zelf ben ik er ook zo een. Niets liever wil ik dat de onderste steen bovenkomt.
Neem nu de reportages van VPRO’s Tegenlicht. Persoonlijk vind ik het een van de betere programma’s op de Nederlandse televisie. Waarom?
Ze laten een tegengeluid horen.
Geluiden die haaks staan op de dagelijkse verhalen in de media. Toch moet ik iets bekennen. Als ik aan Tegenlicht denk, denk ik aan de waarheid. Maar is deze gedachte terecht? Is het laten horen van een tegengeluid genoeg om te zeggen dat je de waarheid hebt ontdekt? Misschien dat ik de enige ben die de waarheid associeert met de betreffende reportages, maar die associatie zit mij niet helemaal lekker.
Tegengeluiden
Tegenwoordig is vooral het internet een platform van tegengeluiden. Waar je ook naar zoekt op internet, over alles wordt wel het tegenovergestelde gezegd. Wat moet je nog geloven? Wat is feitelijk juist en wat is totale nonsens? Juist door internet ben ik gaan twijfelen over tegengeluiden. Wie weet nog wat het goede geluid is? En bestaat dat goede geluid wel? Zijn al die geluiden bij elkaar niet hét geluid. Genoeg vragen. Weinig antwoorden.
Terug naar mijn associatie. Zou ik een programma kunnen maken dat de reportages van Tegenlicht kan weerleggen? “Natuurlijk,” zegt de journalist in mij. Bekijk de strekking van de reportages en de uitingen van de geïnterviewden, bedenk wat daar het tegenovergestelde van is, zoek mensen die dat tegenovergestelde beeld kunnen bevestigen en laat tegengeluiden weg. Niet wenselijk, maar mogelijk. Journalistiek gezien ook een doodzonde vanwege het ontbreken van hoor en wederhoor. Maar hé! Ik heb mijn programma.
Benaderingen
Opvallend hierbij is dat het tegengeluid nu juist in mijn nadeel werkt. In mijn nadeel om de waarheid te achterhalen. Mijn doel is nu niet om de waarheid te beschrijven, maar om een ander programma tegen te spreken. Hierbij maak ik wel gebruik van feitelijke juistheden, maar andere dan die mijn concurrent gebruikt. Beide programma’s zijn feitelijk juist, maar spreken elkaar tegen. Wie zegt mij wat de waarheid is? Of moet ik beide benaderingen afwegen? Ook nu weer heeft de journalistieke werkwijze weinig te maken met waarheidsvinding.
Genoeg redenen om Tegenlicht niet meer te associëren met de waarheid, maar als een benadering. Wel een steengoede benadering. Dat wel.
Interpretatie
Benaderingen of invalshoeken zijn journalisten niet vreemd. Ze zijn nodig om een onderwerp aantrekkelijk te maken voor de kijker. Hoewel het kiezen van een invalshoek bewust gebeurt, heeft het een onbewust gevolg. Journalisten en kijkers maken hun eigen beeld van wat ze horen en zien, waardoor er een variatie aan opvattingen en meningen ontstaat. De interpretatie is geboren.
Interpretatie en waarheid. Een onmogelijke combinatie. Zolang mensen hun eigen draai geven aan wat zij zien, horen en lezen, kan geen eenduidige waarheid bestaan. In de journalistiek moet dit gegeven altijd op de achtergrond meespelen. “We beschrijven de waarheid niet. We geven hoogstens een eigen benadering”.
Dus wees alert op journalisten die de waarheid omarmen. Nietzsche waarschuwde er al voor: “Er bestaan geen waarheden, er zijn alleen interpretaties”.
Niet waar?


