Categorie: Column


Gastcolumn – De truc van Joris

Door Remy Wijnands

Colleges op de FHJ, er zijn basically twee soorten. Je hebt werkcolleges (waarbij ervan uitgegaan wordt dat je ook echt iets doet) en je hebt hoorcolleges. Zoals de naam al aangeeft gaat het daarbij om luisteren. Naar wie dan? Dat verschilt natuurlijk. Soms staat er een docent die een theorie uitlegt, soms een technicus die je instrueert en soms iemand uit de praktijk. Iemand als Joris Luyendijk. Alom gerespecteerd journalist en in 2001 nog winnaar van de Gouden Pen.

Al die colleges kosten natuurlijk geld en worden betaald uit het lesgeld dat de studenten betalen (toch al zo’n 1.500 euro per jaar). Toen studievereniging RAAK dan ook bekend maakte dat Luyendijk zou komen, werd dat nieuws met enthousiasme ontvangen. Een grote naam (niet de eerste) die een college komt geven! Oh wacht, Joris had wel geeist dat geïnteresseerde studenten eerst 40 euro zouden overmaken om erbij te zijn. Pardon?

Jawel, als je Joris Luyendijk wilde horen praten, moest je er eerst 40 euro voor overhebben. Naar eigen zeggen deed Luyendijk dit omdat hij alleen gemotiveerde studenten in zijn college wilde hebben. Want poeh, stel je eens voor dat er een paar rebellen in de zaal zouden zitten die steeds door Joris heen zouden praten. Dat kan natuurlijk niet. Als Luyendijk spreekt, luistert de rest. Luyendijk

Dat is zo’n beetje de gedachtegang van Joris Luyendijk. “Als ik kom, wil ik dat er geluisterd wordt. Maar daar kan ik niet klakkeloos van uit gaan, dus dan moeten ze maar betalen.” Het is eigenlijk geen bizarre gedachte. Je weet immers zeker dat mensen die voor je betalen (en al zeker 40 euro!) je college met interesse zullen volgen. Dat dat zelfs bovengemiddeld zal zijn, kan ik niet aantonen, maar het ligt wel voor de hand. Immers als je 40 euro betaalt voor een bezoek aan de bioscoop dan ga je ook kritisch naar de film kijken, laat staan het hele gebeuren eromheen.

Probleem in dit verhaal is echter dat Luyendijk tijdens het college doodleuk kon mededelen dat de studenten het geld terug zouden krijgen. Het was een truc. Als een konijn uit de hoge hoed. De acht (!) studenten die het college uiteindelijk bijwoonden, waren blij verrast. Goh, je zit er dan ook. Je hebt dat geld over gehad om Joris te zien spreken. En dan, in een eliteclubje (want die sfeer hangt rond een college van 8 studenten en Luyendijk), krijg je te horen dat je dat geld terugkrijgt.

Ik stel me een klein applaus voor. Of in ieder geval lachende studenten (Joris lachte vast mee) toen dat medegedeeld werd. “Kijk eens, wij hadden het er voor over en nu krijgen we het nog terug ook!” Ja, je bent dan een beetje een dubbele winnaar. Voor zover je van een winnaar kunt spreken in dit verhaal.

Grote probleem is dat Luyendijk geld vraagt om een college te komen geven. Het is het meest stuitende voorbeeld van jezelf-boven-de-groep-plaatsen wat ik ooit heb gezien. En dat voor een van de beste journalisten van Nederland. Iedere student aan de FHJ zou graag bij dat college zijn geweest. Maar voor veel studenten is 40 euro veel geld. Heb je dat dan over voor een college? Ik kan me zo voorstellen van niet. Nu zullen die 8 studenten al gauw met het vingertje gaan wijzen en zeggen dat het hier om interesse in het vak gaat.

Niets is minder waar. De motivatie van studenten aan de FHJ toets je niet door geld te vragen voor een college. Als iemand anders het gedaan had, hadden we hem of haar meteen belachelijk gemaakt. Maar als Joris Luyendijk het doet, vinden we het een geslaagde truc. Nou, ik niet. Ik vind dat Joris zich moet schamen. Als ervaren journalist slaat hij de plank hier volledig mis.

Als je je kennis daadwerkelijk wilt delen met aanstaande journalisten, kom je gewoon een college geven. Je maakt de zaal enthousiast en als je echt je autoriteit wilt demonstreren, zet je een student die lastig doet gewoon de zaal uit. Maar Luyendijk dacht er anders over en wilde eerst geld zien. Dat geld moest dan illustreren hoe graag je het college wilde bijwonen. Eerst het kaf van het koren scheiden, so to speak.

Wat dat betreft zijn die 40 euro symbolisch, zou je zeggen. Zouden er bij 20 euro of een tientje meer studenten zijn gekomen? Ik denk van wel. Eigenlijk zijn die 40 euro net voldoende. Bij een hoger bedrag zou er misschien niemand zijn gekomen (de fanatici uitgesloten). Maar dit bedrag illustreert waarom het optreden van Luyendijk als een farce kan worden beschouwd. Bij 40 euro krijg je namelijk altijd minder dan 10 studenten. En daar was Luyendijk op uit, als je het mij vraagt. Lekker in een klein clubje over journalistiek praten (er werd ook lol gemaakt) en dan meningen peilen en wegwezen. Job done.

Het college draaide wat dat betreft helemaal om Luyendijk zelf. Joris moest en zou een klein publiek aan zich binden en wilde het dan met een truc afdoen. Needless to say hebben de 8 studenten het geld terug niet geaccepteerd. Want het was natuurlijk een knaller van een college. Niet vreemd, aangezien het eigenlijk gewoon een privécollege was. Daar zou ik dan wel weer 40 euro voor betalen. Behalve als Luyendijk voor de groep staat.

Column: Geen hongerige Afrikanen meer op camera!

Getver! Wat zien zij eruit! Zo ongezond en  moet je hun buikjes zien! Die zijn zó opgezwollen. Ze hebben toch niet teveel gegeten?

Nee.

Hongerige Afrikaanse kinderen hebben niet teveel gegeten.

Beelden over de armoede in Afrika die via de televisie onze huiskamers binnenkomen. Ook bij mij wekken ze weerzin op.
In eerste instantie, omdat ik niet kan begrijpen dat armoede op zo’n schaal nog kan bestaan in deze wereld. Ik luister nu muziek vanaf mijn Ipod, zit op mijn laptop een blog te tikken voor het internet, heb ondertussen de televisie aan staan, drie grote lampen zorgen voor voldoende licht in mijn kamer en de verwarming staat op 20 graden. Met een grote kop warme chocolademelk zit ik mij af te vragen wat mij zo ergert aan die hongerige Afrikanen.

Nou…..dat dus. Die absurde tegenstelling.

Het is niet de enige reden voor mijn weerzin. Het wil  in mijn botte hersenen gewoon niet doordringen dat hongerige kindertjes in beeld brengen de enige manier is om de armoede in Afrika bespreekbaar te maken. Het ís ook niet de enige manier. Toch wil het journaille dat ons wel doen geloven.

Nu ik  zo op mijn laptop aan het tikken ben, schiet mij ineens het bezoek van Bram Vermeulen aan onze school te binnen. Zeven jaar lang was hij correspondent in Zuidelijk Afrika. Hij deelde met ons zijn ervaringen in het verloren continent.

En verdraaid! Hij kwam met hele nieuwe ideeën over Afrika. Journalistieke ideeën over Afrika wel te verstaan. En nee, dan heb ik het niet over het gepruts van de mensen van JOIN, maar échte journalistiek. Reportages die de ogen van de wereldbevolking eindelijk openen. Waar mensen het gevoel van krijgen: “Hier moeten we wat tegen doen!” Met alle respect, maar de journalisten van JOIN schrijven voor het grootste gedeelte ‘leukige’ artikelen. Wie zit hier nu op te wachten? ………

 Juist. Dat dacht ik al.

Vermeulen’s idee speelt meer in op de geluiden die we steeds vaker horen als het gaat om hulp aan derdewereldlanden. “Ik geef niets meer aan goede doelen die hulp bieden aan ontwikkelingslanden. Het geld komt toch vaak niet op de goede plaats terecht. Het verdwijnt in de zakken van corrupte leiders.”

Over dit geluid heb ik het. Helaas een terecht geluid waar journalisten toch echt wat meer aandacht aan mogen besteden.

En het is niet eens zo lastig.  Zijn idee. Vermeulen voerde het uit en maakte verbazingwekkende journalistiek. Hij sprak met een steenrijke Afrikaan in Zimbabwe en volgde hem. Vermeulen reed samen met hem naar een van zijn villa’s, langs zijn peperdure collectie auto’s en voorbij juichende aanhangers van de Afrikaan die overigens als een god leeft in het land. De enige twee vragen die in mij opkwamen bij het zien van Vermeulen’s reportage waren: “Hoe is het mogelijk?”  en “Wie laat dit toe?” Ik voelde een verlangen om het leven van die rijke Afrikaan zuur te maken.

Erg zuur.

Terug naar de hongerige Afrikaanse kinderen. Natuurlijk filmen journalisten deze kinderen. Dit teken van armoede kost immers de minste moeite om op te sporen. In sommige landen hoef je alleen maar om te kijken en je ziet het al. Mensen hebben honger.

Treurig dat de meeste journalisten met deze beelden genoegen nemen. Ze zullen zich wel afvragen waardoor de armoede komt en waarschijnlijk komen ze ook nog wel op het idee dat het gedoneerde geld ergens wordt achtergehouden, maar ze doen er niets mee. Wellicht vanwege het gevaar voor eigen leven, want dat is wel aanwezig als je in landen als Zimbabwe kritsch bent.

Beelden van een rijke corrupte Afrikaan roepen bij mij gevoelens op. Andere dan bij hongerige kinderen. “Sluit hem op! Oppakken en neem hem al zijn rijkdom af”. Dat is wat het bij mij oproept. En niet het opgedrongen medelijden dat ik moet krijgen van korte filmpjes van UNICEF. Niet dat zulke filmpjes mij niets meer doen, maar je sluit je op een gegeven moment af van de emoties die bij zo’n filmpje horen.

ZAP!  Andere zender. En weg is het Afrikaantje.

Zo gemakkelijk. Maar zo gemakkelijk MAG het niet zijn.

Journalisten; schrijf geen leuke artikelen over ontwikkelingslanden die nog het meest door ONS gelezen worden. Neem ook niet alleen maar hongerige kinderen in beeld. Neem je verantwoordelijkheid en stalk die rijke stinkerd.

Stalk hem, totdat hij publiekelijk kan worden berecht voor zijn misdaden.

Blog op Wordpress.com. | Thema: Motion door volcanic.
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.